Skip to main content

Search

Janssen start groot project voor gendergelijkheid

Janssen start groot project voor gendergelijkheid
We hebben sterke vrouwen nodig
  • Peggy van Casteren, passie voor gezondheid, Community impact manager

Meisjes maken het verschil, zeker in technologie en wetenschap. Maar ondanks alle inspanningen van overheid en bedrijfsleven zijn er tot op de dag van vandaag nog te weinig vrouwen werkzaam in deze beroepen. Gezondheidsbedrijf Janssen start daarom met een nieuw, grootschalig project waarin multinationals, kennisinstellingen, academici en NGO’s samen optrekken om meisjes voor de exacte vakken te interesseren. “We hebben de meisjes hard nodig”, zegt Peggy van Casteren, community impact manager bij Janssen in de BeNeLux. “Als sector, maar zeker ook als maatschappij.”

WiSTEM2D is de naam van het project van Janssen, oorspronkelijk in het leven geroepen door moedermaatschappij Johnson & Johnson. Het klinkt als een scheikundige formule, maar staat voor Women in Science, Technology, Engineering, Mathematics, Manufacturing and Design. Daar zijn er te weinig van, en dat is een probleem. “De sector heeft alle talent nodig die het kan krijgen”, aldus Van Casteren, “en met name vrouwelijk talent. Vrouwen beschikken vaak over net iets andere kwaliteiten en voegen daardoor extra waarde toe aan een organisatie. En die extra waarde kunnen we maar wat goed gebruiken de komende tijd.” Van Casteren doelt op de grote uitdagingen die voor ons liggen op het gebied van gezondheidszorg, klimaat en energie. “Belangrijke thema’s waar wetenschap en technologie een grote bijdrage aan kunnen leveren. Denk aan e-health, aan robotisering, aan nieuwe vormen van energieopwekking.” 

Rolmodellen

Die grote maatschappelijke thema’s zijn mogelijk ook onderdeel van de oplossing van het vrouwentekort. Want zingeving en maatschappelijke impact zijn dé ingrediënten om vrouwen en meisjes te bereiken, weet Van Casteren. “Meisjes moet je op een andere manier benaderen dan jongens, blijkt uit onderzoek. Ze vinden het belangrijk om in hun werk het verschil te kunnen maken, om iets te kunnen bijdragen aan het grotere geheel. Je spreekt ze aan als je bijvoorbeeld zegt: joh, je familie, bijvoorbeeld opa en oma, hebben wellicht ook te maken met ziektes. Als je een studie in de biowetenschappen kiest, kan je later helpen een oplossing voor dit soort ziektes te vinden. We weten ook dat rolmodellen heel belangrijk zijn voor meisjes. En dat het ze soms aan zelfvertrouwen ontbreekt. Dus we hebben sterke vrouwen nodig die vertellen waarom zij hebben gekozen voor een exacte wetenschap, en wat zij bereiken met hun dagelijks werk.”

Taal van meisjes

Afgelopen week was de eerste bijeenkomst van WiSTEM2D in België. Vertegenwoordigers van kennisinstellingen, netwerkorganisaties, mediabedrijven en multinationals als Microsoft en BASF bogen zich gezamenlijk over de vraag hoe de komende jaren de doelgroep te bereiken. Co-creatie is daarbij het toverwoord, maar ook: best practices. Peggy van Casteren is enthousiast over de aftrap. “Alles is in deze coalitie aanwezig: kennis, content, bereik, netwerk. Daarmee kunnen we op korte termijn grote stappen zetten. We gaan niet het wiel opnieuw uitvinden, maar voortborduren op wat er al is en wat werkt.” Zo wordt er goed gekeken naar het partnerschap dat Janssen sinds 2015 heeft met IMC Weekendschool in Nederland en TADA in België. Janssen-medewerkers dompelen in drie zondagen kinderen uit maatschappelijk kwetsbare regio’s onder in biomedische technologie en farmacie. Andere inspirerende voorbeelden voor WiSTEM2D zijn meerjarige samenwerkingen tussen scholengemeenschappen en technologische bedrijven in de omliggende regio. Samen organiseren zij allerlei activiteiten om jongeren in contact te brengen met het werkveld: talentendagen, workshops, open dagen, snuffelstages. Van Casteren: “Zo breng je grote, onbekende bedrijven dichter bij de leefwereld van jongeren. Als je dan ook nog de taal van de meisjes spreekt, kom je een heel eind.”

Blauwdruk

Van Casteren is ambitieus als het gaat om WiSTEM2D. “Ons doel is om een programma te ontwikkelen dat duurzaam is en ook buiten de BeNeLux gebruikt kan worden. Pas dan kun je immers een fundamentele impact hebben op het empoweren van meisjes en de maatschappelijke betekenis van de sector. Daarom hebben we de Sustainable Development Goals van de Verenigde Naties als uitgangspunt genomen. Als onze collega’s in andere landen ook iets willen met SDG 5, Gender Equality, of SDG 4, Quality education, dan kunnen ze zo aan de slag met onze blauwdruk.” Maar eerst is de Benelux aan de beurt. In september moet duidelijk zijn welke activiteiten nader worden uitgewerkt en in het schooljaar 2020-2021 gaat het programma daadwerkelijk van start. “Dit project draait niet om praten, maar om doen. We willen in drie jaar tijd 50.000 meisjes bereiken. We hebben haast.”